Haasje Langoor
Haasje Langoor niet meer zeuren
Haasje Langoor je moet gaan kleuren
Alle eitjes 't zijn er veel
Moet je kleuren met je penseel.
Een ei rood, een ei groen
Alle eitjes moet je doen
Want ieder kindje uit dit land
Wil een eitje uit je mand


De hazen
Hip, hip, hip zo springen alle hazen.
Ze hebben het vaak zo druk.
Want zondag is het pasen


Paashaas-liedje
De paashaas, de paashaas,
Is weer in het land.
En aan zijn ene pootje draagt hij een grote mand.
Die mand zit vol met eieren.
Bim bam beieren
Volgend jaar keert hij weer om,
Bim bam bom


Versje over een kuikentje
Eenentwintig lange dagen,
zat ik in mijn kippenei.
Ik wil eruit.
Ik wil vrij.
Ik prik een gaatje in het ei,
Nog een stukje,
Nog een rukje...
Wat is dat een zwaar karwei.

Even rusten, even hijgen,
even droge veertjes krijgen.
Even pootjes uitproberen,
en dan loop ik,
en dan kruip ik,
lekker onder moeders veren!


Het kuikentje
Ergens in een winkel
daar scharrelt op de grond
van een etalage
een piepklein kuiken rond
Hij pikt tegen de ruiten
en gaat op zoek naar graan
hij kijkt verbaasd naar buiten
waar heel veel mensen staan
Maar als hij ’t lege eitje ziet
is hij pas écht verrast
en vraagt zich vol verbazing af:
heb ik dáárin gepast?
Uit "Het grote versjesboek" van Marianne Busser en Ron Schröder

De paashaas heeft een mandje
De paashaas heeft een mandje
en komt hij op een dag
verstopt hij eitjes in de tuin
die jij dan zoeken mag
en heb je ze gevonden
dan is ’t een beetje feest
dan weet je, weet je zeker
dat de paashaas is geweest
Uit"Het grote liedjesboek" van Marianne Busser en Ron Schröder