| Haasje Langoor Haasje Langoor niet meer zeuren Haasje Langoor je moet gaan kleuren Alle eitjes 't zijn er veel Moet je kleuren met je penseel. Een ei rood, een ei groen Alle eitjes moet je doen Want ieder kindje uit dit land Wil een eitje uit je mand |
![]() |
| De hazen Hip, hip, hip zo springen alle hazen. Ze hebben het vaak zo druk. Want zondag is het pasen |
![]() |
| Paashaas-liedje De paashaas, de paashaas, Is weer in het land. En aan zijn ene pootje draagt hij een grote mand. Die mand zit vol met eieren. Bim bam beieren Volgend jaar keert hij weer om, Bim bam bom |
![]() |
| Versje over een kuikentje Eenentwintig lange dagen, zat ik in mijn kippenei. Ik wil eruit. Ik wil vrij. Ik prik een gaatje in het ei, Nog een stukje, Nog een rukje... Wat is dat een zwaar karwei. Even rusten, even hijgen, even droge veertjes krijgen. Even pootjes uitproberen, en dan loop ik, en dan kruip ik, lekker onder moeders veren! |
![]() |
| Het kuikentje Ergens in een winkel daar scharrelt op de grond van een etalage een piepklein kuiken rond Hij pikt tegen de ruiten en gaat op zoek naar graan hij kijkt verbaasd naar buiten waar heel veel mensen staan Maar als hij ’t lege eitje ziet is hij pas écht verrast en vraagt zich vol verbazing af: heb ik dáárin gepast? Uit "Het grote versjesboek" van Marianne Busser en Ron Schröder |
![]() |
| De paashaas heeft een mandje De paashaas heeft een mandje en komt hij op een dag verstopt hij eitjes in de tuin die jij dan zoeken mag en heb je ze gevonden dan is ’t een beetje feest dan weet je, weet je zeker dat de paashaas is geweest Uit"Het grote liedjesboek" van Marianne Busser en Ron Schröder |
![]() |