Beste sneeuwman

Beste sneeuwman, luister even
Beste sneeuwman, ben je daar?
Je mag bij ons blijven wonen,
Als je wilt tot volgend jaar.
Met je hoedje en je bezem,
Met je wortel en je das,
Met je grote zwarte ogen,
En je oude winterjas.


Beste sneeuwman, zeg eens even,
Vind je dat geen goed idee?
En wanneer je niet alleen wilt,
Neem gerust een vriendje mee.
Als het strakjes dan te warm wordt,
In april of pas in mei,
Kruip je lekker in de ijskast,
Daar is vast een plaatsje vrij.



Liedje over meneer de sneeuwman

Dag meneer de sneeuwman
Waar kom je vandaan?
Dag meneer de sneeuwman,
Blijf maar staan!
Hier is een bezem, een stok en een hoed
Dag meneer de sneeuwman,
Het staat je goed!



Sneeuwvlokjes

Sneeuwvlokjes, sneeuwvlokjes dwarrel maar rond,
Kom met je vriendjes bij ons op de grond.
Sneeuwvlokjes, sneeuwvlokje kom nu maar gauw,
Misschien maak ik straks wel een sneeuwpop van jou!



Winter, bibber, bibber

Het is winter, bibber, bibber
En ik bibber, bibber, bibber.
Want buiten is het koud.

Doe je jas aan, bibber, bibber.
Zet je muts op, bibber, bibber,
Doe je sjaal om, bibber, bibber,
En je wanten aan.

Het is winter, bibber, bibber
En ik bibber, bibber, bibber.
Want buiten is het koud.

Op het ijs staan bibber, bibber,
Zal dat goed gaan, bibber, bibber,
Vallen, opstaan, bibber, bibber,
En weer verder gaan.



Een sneeuwman is een grote pop.
Heel vaak heeft hij een hoedje op.
Een sneeuwman is een witte reus.
Hij heeft een lange wortelneus.
Een sneeuwman is van sneeuw gebouwd.
Hij heeft het altijd lekker koud.
Nooit heeft hij iemand iets gedaan.
Toch moet hij altijd buiten blijven staan.
Je snapt dat hij nooit eens niest,
terwijl het buiten zo hard vriest.
En dat ie nooit eens praat of lacht.
Hoewel... Wie weet... Misschien.. Vannacht.
Maar nee hoor. Hij beweegt zich nooit.
Hij blijft altijd maar staan totdat het dooit.